Welkom bij de handleiding!

Scan de QR-code op je spel en je bent hier beland! Fijn dat je er bent. Deze handleiding helpt je op weg om Snapje helemaal te snappen! Geen zorgen, kaartspel-ervaring is niet nodig. Na het lezen van deze pagina weet je precies hoe het spel werkt.

Aantal spelers: 3–7 personen
Speelduur: 10–30 minuten (vrij aanpasbaar)

 

Je kunt het spel op twee manieren spelen:

  • Casual: trek af en toe een kaart en speel zonder winnaar.
  • Competitief: speel met punten en een winnaar.

Snapje - Snelle start

  1. Schud de kaarten en leg ze op tafel.
  2. Spreek een prijs af voor de winnaar (bijv. een uur later thuis, film kiezen, eten kiezen).
  3. Spreek ook af hoe lang jullie spelen (een bepaalde tijd bijv. 20 minuten of wanneer iemand een afgesproken aantal kaarten heeft bijv. 5 kaarten).
  4. De jongste speler begint en trekt een kaart.
  5. Voer uit wat er op de kaart staat (praatkaart, raadkaart of minigame).
  6. De winnaar van de ronde houdt de kaart.
  7. Wie aan het einde de meeste kaarten heeft wint en krijgt de afgesproken prijs.

 

Snapje - volledige uitleg

Voorbereiding

    1. Schud de kaarten goed.
    2. Leg de stapel op tafel.
    1. Spreek vooraf een prijs voor de winnaar af. (Bijvoorbeeld, een uur later thuis mogen komen, het avondeten kiezen, een film uitkiezen).
    2. Spreek ook af wanneer het spel stopt (na een bepaalde tijd of wanneer iemand een afgesproken aantal kaarten heeft).

    3. De jongste speler begint.

    Hoe speel je het spel?

    Om de beurt trekt een speler een kaart en voert uit wat erop staat.
    Er zijn drie soorten kaarten:

    • Praatkaarten
    • Raadkaarten
    • Minigames

    Met de klok mee is de volgende speler aan de beurt.

     

    Praatkaarten

    1. De speler die de kaart trekt leest de vraag hardop voor.
    2. Iedereen geeft met de klok mee zijn of haar antwoord.
    3. Als iedereen geantwoord heeft telt de kaarttrekker af: 3, 2, 1…
    4. Iedereen wijst tegelijk naar degene met het beste antwoord.
    5. De speler met de meeste stemmen wint de kaart.

     

    Raadkaarten

    1. De speler die de kaart trekt leest de vraag hardop voor.
      Bijvoorbeeld: “Wat maakt mij het snelst aan het lachen?”
    2. De andere spelers geven met de klok mee hun antwoord. (geen dubbele antwoorden)
    3. De kaarttrekker kiest welk antwoord het leukst is.
    4. De speler met het beste antwoord wint de kaart.

     

    Minigames

    Trek je een minigamekaart, dan speel je eerst het mini-spel.

    Bij sommige minigames spelen ouders tegen pubers als teams.

    Filmface

    1. De speler die de kaart trekt bedenkt een film of serie.

    2. De speler beeldt de film of serie uit zonder woorden (alleen met lichaam of gezichtsuitdrukkingen).

    3. De andere spelers proberen te raden welke film of serie het is.

    De speler die het als eerste goed raadt krijgt de kaart.

     

    Hemelen

    1. Iedereen kijkt naar het plafond.

    2. Iemand telt af: “3… 2… 1… kijk!”

    3. Op “kijk!” kijkt iedereen een persoon recht aan en trekt een raar gezicht.

    4. Degene die als eerste lacht ligt eruit.

    5. Herhaal dit totdat er nog één speler over is.

    De laatste speler die overblijft krijgt de kaart.

    Waterpraat

    1. De pubers bedenken 10 meme-woorden of TikTok-termen.

    2. Alle pubers nemen een grote slok water.

    3. De ouder leest de woorden één voor één voor en probeert de pubers aan het lachen te maken.

    Puntentelling:

    • Spuugt minimaal één puber het water uit → ouders delen de kaart.

    • Spuugt niemand → pubers delen de kaart.

    Kaart delen
    Als een team (ouders of pubers) de kaart wint, delen zij de kaart.
    Leg de kaart in het midden van het team.

    Dit betekent dat iedere speler in dat team +1 kaart krijgt.

    Huisspel

    1. De speler die de kaart trekt noemt een voorwerp uit het huis.

    2. De volgende speler moet een voorwerp noemen dat begint met de laatste letter van het vorige woord.

    Voorbeeld:
    plant → tafel → lepel → lamp → …

    Regels:

    • Je mag geen voorwerpen herhalen

    • Je mag niet langer dan 4 seconden twijfelen

    De laatste speler die overblijft krijgt de kaart.

    Geen ja, geen nee

    1. Vanaf dit moment mag niemand “ja” of “nee” zeggen.

    2. De volgende rondes gaan gewoon verder met kaarten trekken.

    3. Zegt iemand toch “ja” of “nee”, dan ligt die speler eruit.

    De laatste speler die nog over is krijgt de kaart.

    2 leugens, 1 waarheid

    1. De speler die de kaart trekt zegt drie uitspraken over zichzelf:

     - 2 zijn leugens

     - 1 is waar

    2. De andere spelers raden welke uitspraak waar is.

    3. Speel totdat iedereen een beurt heeft gehad.

    4. De speler die de meeste antwoorden goed had krijgt de kaart.

    Gelijkspel? Speel dan een potje steen, papier, schaar.

    Categorie

    1. De speler die de kaart trekt kiest een categorie.
      Bijvoorbeeld: snoep, films, landen, beroemdheden, sporten, dingen in huis.

    2. Om de beurt noemt iedereen een woord uit die categorie.

    Regels:

    • Geen woorden herhalen

    • Maximaal 4 seconden nadenken

    De speler die het langst overblijft krijgt de kaart.

    Winnaar

    Aan het einde van het spel wint degene met de meeste kaarten.

    Gelijkspel? Speel steen-papier-schaar of nog één minigame.

    Extra tips

    • Teamvariant: ouders vs. pubers.